Los van en met God

Wie zich losmaakt van dogma's, krijgt een andere band met God.

 

Er is al veel geschreven over het opkomend ondogmatische geloof. De kerkelijke planoloog heeft het verschijnsel een plaats gegeven in voorstellen voor de komende jaren; de theoloog heeft het opgenomen in zijn theorieën evenals de exegeet, de historicus, de socioloog en de psycholoog. De populaire boeken over het verschijnsel bevatten van dat alles een beetje.

 

De geloofsbelijdenissen zijn er echter niet door veranderd. Binnen de kerken is het gebleven bij het schuiven met functionarissen, bij het sluiten van

 

onrendabele gebouwen en bij een wetenschappelijke gedachtewisseling. Wie raad zoekt om een ander beeld van God te krijgen, moet een beroep doen op de ondogmatische God zelf. Per definitie zal die je niet naar een of andere instantie of geleerde verwijzen, maar je voor de opgave plaatsen om betekenis te geven aan leven en werken vanuit hetgeen de geest je ingeeft.

 

Verlies

 

Met de jaren heeft iedere gelovige geleidelijk stukjes van het geloof van de kinderjaren afgelegd. Daarmee is deze nog geen ongelovige geworden. Eerst verloor je het geloof in de ooievaar en de boerenkool, toen dat in de paashaas met zijn eieren, dan dat in Sinterklaas en Zwarte Piet.

 

Pas veel later verloor je het geloof in letterlijke Bijbelteksten en in onveranderlijke dogma's en tenslotte het geloof in het gelijk van kerkelijk gezag. Dan stel je de vraag of geloven nog zin heeft. Althans, zo is het mij vergaan. Ik hoorde cabaretier Herman Finckers onlangs bij Pauw en Witteman zeggen: Het lijkt me bijna onmogelijk te leven en te werken zonder te geloven.

 

Burgemeester Cohen van Amsterdam, die aan dezelfde tafel zat, bekende daarop dat hij zichzelf rekende tot de mensen zonder geloof.

 

Finckers antwoordde, dat hij zich niet kon voorstellen dat iemand zoals de burgemeester van Amsterdam, zo hard kon werken zonder te geloven dat zijn werk ergens toe diende. Hierop viel er een stilte.

 

Geloof heeft een andere inhoud gekregen en daarmee is een andere etiquettering in zwang geraakt.

 

Restant

 

Buitengewone gelovigen kun je onderscheiden van rechtzinnige kerkgangers door ze met verschillende namen in groepen onder te verdelen.

 

Wie allereerst gelooft in het nut van hard werken, is een pragmaticus. Wie niet gelooft dat God ingrijpt in natuurlijke processen, behoort tot de post-theïsten.

 

Wie zijn heil zoekt buiten de kerken, heet een buitenkerkelijke.

 

Wie zegt te geloven dat er toch iets hogers is achter het wonder van de natuur, rekent men tot de ietsisten.

 

Wie slechts gelooft in een mysterie, dat je begeleidt op je levenspad,

 

noem ik een mysticus. Sommige mystici noemen zich boeddhist, soefist nnnstirus. PsntPrirus_ humanist. annnst nf atheïst.

 

1 van 6 20-3-

 

Ik wil bekennen dat ik mezelf reken tot de pragmatische ietsisten, tot de buitenkerkelijke posttheïsten en tot de idealistische christenen. Die zes titels geven tezamen voldoende motieven om te werken aan een betere wereld. Daarbij ben je niet afhankelijk van de uitkomst van godsdienstsociologische, historische, of exegetische discussies. Je hecht waarde aan de kracht, die mensen voortstuwt om ijverig te werken voor het gezin, om aan mantelzorg te doen of aan

 

vrijwilligerswerk in welke vorm dan ook.

 

Ik noem het de visie van een buitenkerkelijke gelovige. Uitwisselen

 

Buitenkerkelijke gelovigen wisselen met geestverwanten alleen volkomen vrijblijvend van gedachte. Geloven zonder gezag betekent immers dat de eigen levensvisie slechts waarde heeft voor een ander voor zo ver die visie bruikbaar is voor die ander. Een ander, al is die nog zo wijs of hooggëplaatst, kan met zijn visie jou geen verplichting opleggen, maar ook jijzelf kunt een ander, al is die nog zo dom en onervaren, niet tot iets verplichten. Het woord 'moeten' is taboe.

 

Stil gebed

 

Het loslaten van dogma's en gezag heeft ook gevolgen voor de wijze van bidden. De tekst "God, wij bidden U ..." past slechts binnen een gezagsverhouding, dat wil zeggen in de mond van iemand, die bevoegd zou zijn om zo namens anderen te bidden. Zonder gezag is er niemand die zo'n bevoegdheid heeft en niemand die ze aan een ander kan geven.

 

Die vertegenwoordigende manier van optreden past wel bijvoorbeeld bij de spreker van een vakbond, die zich opwerpt als stakingsleider. Over de hoofden van het voetvolk, dat hij vertegenwoordigt, heen maakt hij luidkeels kenbaar wat zijn mensen willen. Het lijkt onbetamelijk om zo God toe te spreken. Wie zich opwerpt als woordvoerder van biddende gelovigen, gaat zijn boekje gemakkelijk te buiten. Dit zich toe-eigenen van gezag gaat immers voorbij aan ieders hoogst persoonlijke relatie met God.

 

Daarnaast strookt hetgeen er gezegd wordt in een luid collectief gebed zelden met je persoonlijke opvattingen. Als een voorganger of priester iets zegt in gebed, waarmee je het niet eens bent, kun je slechts het hoofd buigen in schaamte zoals je de ogen afwendt als een dronken familielid publiekelijk iets onbehoorlijks zegt tegen of over je beste vriend.

 

Voorgangers en priesters bidden vaak op een vertegenwoordigende manier, ook zij die al jaren geleden gepreekt hebben over de eigen bevoegdheid van elke gelovige. Je kunt je afvragen waarom ze die gewoonte niet afbouwen..

 

Wel bijzonder onwerkelijk is een collectief gebed, als daarin gevraagd wordt om een wijziging in de natuur, om de ingreep in een oorlog of om een verandering in zaken waarop wij persoonlijk geen invloed hebben. Het is irreëel om te bidden voor de bekering van de president van Verweggistan, voor meer regen in de woestijn of om moed voor de armen in Soedan.

 

Toch heeft zo'n gebed iets, waardoor het eeuwenlang heeft kunnen overleven. Voorgeschiedenis

 

igetatï43320an 'de Almachtige' om een ingreep in de natuur vormt deel van een erfenis. Het komt voort uit oude patronen van vóór onze jaartelling.

 

De eerste christenen volgden Jezus Christus met een radicale inzet voor een betere wereld. Die ruime doelstelling was uniek, nieuw en aantrekkelijk.

 

Met de erkenning van slechts één God, enig in zijn soort, waren ze niet uniek. Daarmee traden. zij in het spoor van de Joodse stromingen en in het spoor van de gangbare hellenistische wijsbegeerte.

 

Voor het overige verschilde hun levensvisie niet van tijdgenoten. Niet beter wetend kenden zij aan die ene God de eigenschappen toe van de oude heidense goden zoals macht, sterkte en wijsheid en alle menselijke deugden in een superieure hoedanigheid.

 

Wanneer een onheilspellende ontwikkeling na verloop van tijd een gunstige wending had genomen, hebben ook hun dichters teksten voorgedragen, die de ene God aanwezen als oorzaak van verkregen gunsten. De hele oudheid leefde van dergelijke verhalen. Elders bestaande verhalen hebben Joden en christenen aangepast aan de ideologie van één God. De ene God moest wel beschikken over een ongenaakbare hemelse legerschaar, die ingreep waar dit nodig was.

 

Het dilemma

 

Het beeld van de machtige God die ingrijpt, is onhoudbaar als het slecht gaat. De oude Job wist het al, maar naar hem heeft men niet geluisterd.

 

Het beeld van de almachtige god heeft de oorlogen en vooral de laatste wereldoorlog als het ware niet overleefd. Als onschuldige mensen vervolgd worden, als er twee legers tegenover elkaar staan, en er aan beide zijden van het front vurig wordt gebeden, kan men ontdekken dat 'de almachtige die mens en natuur manipuleert een onmogelijk en onwaardig begrip is om op God toe te passen. De God van Abraham heeft vroeger al niet ingegrepen om de rechtvaardigen te laten zegevieren. De joden en christenen in concentratiekampen hebben aan elkaar en aan iedereen die het horen wilde, verteld en geschreven, dat de God, die zou ingrijpen in de geschiedenis, een erfstuk is van heidense oorsprong, dat door schrijvers van het Oude en Nieuwe Testament te argeloos is overgenomen.

 

De gevolgen

 

Na de oorlog hebben christelijke gelovigen daarop verschillend gereageerd.

 

Sommigen hebben zich over het voortbestaan van onwerkelijke opvattingen in de kerken zodanig geërgerd dat zij zich van alle godsgeloof hebben afgekeerd.

 

Anderen zien nog uit naar verandering maar laten het zetten van de nodige stappen over aan de kerken zelf of aan de volgende generatie. Zij zwijgen.

 

Een derde groep stelt zich op in een zogenaamde progressieve houding zoals de huidige voorzitster van de PvdA Lilianne Ploumen. Ze protesteert, maar houdt een relatie met de kerk intact. In deze groep past de 8 mei beweging.

 

Anderen tenslotte hebben omwille van de vastgestelde tegenstrijdigheid het instituut kerk de rug toegekeerd, maar zonder de waardering voor Jezus Christus op te geven. Dat zijn de buitenkerkelijke gelovigen. Zij hebben het oude godsbeeld vervangen door een ander beeld. Zij ruimen plaats in voor een onbegrijpelijk geheim. De een noemt het een Mysterie, dat ons raakt, de ander een Geheime Kracht, die ons draagt. Het beeld van God is ontdaan van alle menselijke versierselen. Deze zinzoekers hebben elkaar iets te vertellen. God is geen mens. Beweer dus niet dat God goed is zoals de ene mens goed is voor de ander. Probeer niet van God een gunst te krijgen met een gift of door

 

3 van 6 20-3-

 

zelfopoffering alsof God omkoopbaar is. Zeg niet, dat God machtig is als een keizer of een ploertendoder. Zeg niet dat God man is of vrouw. Zeg niet dat God bestaat zoals wij mensen bestaan. God gaat menselijk begrip te boven.

 

De kerken hebben met geen van de vier groepen een goede relatie. De kerken

 

Onder de geschetste omstandigheden staan de kerken voor een bijna onmogelijke opgave Het gezag van kerkelijke instituten, de positie van voorgangers en priesters plus de inrichting van de meeste kerkgebouwen ontlenen hun waarde aan de sfeer rond de "Almachtige Heer, die alles kan". Deze sfeer ligt verankerd in gebedsteksten bij kerkelijke plechtigheden die suggereren dat het onmogelijke mogelijk is.

 

"Almachtige Heer, wij brengen u onze gaven en vragen U, verlos ons van alle kwaad". Het gebed bevat vier ongerijmdheden.

 

Het aanspreken van God past slechts in de intieme sfeer van individueel

 

persoonlijk gebed en niet in de mond van vertegenwoordigers.

 

Het woord 'almachtig is een erfenis uit het stenen tijdperk

 

Het aanbieden van gaven gaat uit van een omkoopbare godheid.

 

De verlossingsvraag overschrijdt de grens der mogelijkheden.

 

Wie niet leeft van de idylle, kan de idylle uiteindelijk afleggen als een droom. Dit betekent dat het instituut kerk de idylle niet kan afleggen, wel de

 

individuele gelovige. Het betekent ook, dat de individuele gelovige die zich distantieert van de idyllische teksten, achterblijft zonder steun van een wellicht dierbare gemeenschap. Van de ene kant is dat jammer, van de andere kant ook weer niet, want voor de individuele gelovige ligt het daardoor meer dan ooit voor de hand om zelf stil te staan bij de vraag wat Jezus Christus voor elk van ons betekent. In zekere zin is dat een gelukkige ontwikkeling. Elkeen heeft daarmee immers de kans om onafhankelijk van gezag aan een persoonlijk visie te werken en een open geest de ontwikkelingen te volgen.

 

Ontwikkeling

 

Een aantal ontwikkelingen typeren deze tijd

 

Dietrich Bonnhoeffer, de theoloog die in 1944 door de nazi's ter dood werd gebracht, schreef kort voor zijn dood, dat er wellicht een tijd zou komen zonder religie. Zijn ervaring met kerken had hem die uitspraak ingegeven. Zijn voorspelling is in zo verre uitgekomen dat gedurende de daarop volgende 60 jaar het aantal bezoekers van religieuze plechtigheden gestaag is afgenomen.

 

De kerkgebouwen hebben hun functie als plaats van samenkomst van een grote gemeenschap nagenoeg verloren. De mooiste gebouwen blijven van waarde als herinnering aan de ijver van ouders en voorvaderen. Evenals muziek en beeldende kunst blijven ze de sfeer van het ongrijpbare oproepen, met of zonder plechtigheden. De diensten zelf zijn uit de gratie van het grote publiek.

 

Er is behoefte ontstaan om anderen te ontmoeten in een groep van 10 tot 20 mensen, die zich uitspreken over zingeving. In zo'n groep krijg je steun en inspiratie van geestverwanten. Op zo'n bijeenkomst kan Boeddha een plaats krijgen tussen voorbeeldige mensen als Jezus, Gandhi en Socrates. De boeken van de Dalai Lama leg je op tafel naast de Koran, de Veda's en de Bijbel. Deze samenkomsten scheppen geen nieuwe gemeenschap met gezag over leden. 4 van 6 20-3-2008

 

Een goede basis voor dit soort gesprekken is te vinden in de serie "Geloven Nu", beschreven onder wwwerkbibeLnl. Er zijn meer dan 80 groepen die gebruik maken van deze serie.

 

Een bijzondere vermelding verdienen de oecumenische Taizé bijeenkomsten. In Taizé heeft ene frére Roger Schutz sinds het midden van de vorige eeuw ieder jaar katholieke en protestante jongeren samengebracht om in kleine groepen te praten over de zin van leven en werken. Tussen de gesprekken door komen allen tezamen om te zingen en 20 minuten in stilte te bidden. Vooral in de zomer bergt het onooglijke Franse dorpje Taizé soms duizenden bezoekers.

 

Dominee Hendrikse die een boek heeft geschreven over valse godsideeën onder gelovigen, stelt voor om kerkdiensten te vervangen door kleine bijeenkomsten met een programma. Hij doet een voorstel, waarvan de uitvoering al jaren geleden is begonnen.

 

Tijdens de genoemde groepsgesprekken blijkt dat mantelzorg, ander vrijwilligerswerk en giften aan goede doelen niet langer zijn ingegeven door de wens om God gunstig te stemmen. Het gebeurt niet meer als offer om iets goed te maken. Je zet je in of geeft omdat iets je raakt. Je geeft jezelf omwille van mensen, uit medemenselijkheid. Het heeft te maken met een kracht in jezelf of de Kracht werkzaam in elke mens. In stille momenten werkt die kracht als een bron van openbaring.

 

Opgaven

 

Ik schrijf dit alles om het uitwisselen van visies te bevorderen. Mijn eigen visie kan ik gemakkelijker bijstellen aan de hand van de reacties. Wellicht dat anderen iets ontlenen aan hetgeen hier geschreven staat of zelf een bijdrage willen leveren.

 

Dit wisselen van gedachte leidt hopelijk tot de opdracht van deze of gene aan een kunstenaar om een aangepast ceremonieel draaiboek te

 

schrijven.

 

Het zou mooi zijn als geinspireerde tekstschrijvers de gebedsteksten bij een trouwerij, uitvaart of andere religieuze plechtigheid, zouden ontdoen van ongerijmdheden. Iemand kan de gelegenheid aangrijpen heel gepast op te roepen tot stil gebed. Wie aangeeft waarvoor gebed gewenst is, laat het persoonlijke karakter van gebed onaangetast. Je kunt altijd aangeven waarvoor je denkt dat dankbaarheid gepast is, of verwondering of waarvoor we moed en geesteskracht nodig hebben. Hierbij past een tekst

 

als "Laten we bidden om moed, wijsheid........ met het oog op....". Hoe
eenieder ingaat op die uitnodiging en hoe ieder gebruik maakt van de daarop volgende stilte, blijft een persoonlijk geheim.

 

Het zou mooi zijn als symbolen die nu nog telkens opnieuw moeten

 

worden uitgelegd, worden vervangen door tekens en plechtigheden die zonder uitleg voor zichzelf spreken.

 

Het zou mooi zijn als het markante begin van levensfazen zou worden aangekleed met een eenvoudige maar feestelijke verwijzing naar de bijbehorende verantwoordelijkheid. Plechtigheden bij bijzondere gebeurtenissen blijven belangstelling genieten, ook bij buitenkerkelijken. Kerstmis, Pasen, Doop, Belijdenis, Vormsel, Uitvaart en Jubileumdiensten blijven gelegenheden om met ceremoniën, gezangen en teksten getuigenis af te leggen van het Onbegrijpelijk Mysterie, ook buiten de kerken. Maar de broodnodige aanpassing is nog onvindbaar.

 

5 van 6 20-3-

 

Bij organisaties als 'rent a priest' zijn onder andere in Nederland, België, Canada, Japan en de Verenigde Staten draaiboeken van elke christelijke soort godsdienstige plechtigheid te koop, desnoods inclusief een bedienaar. Al dan niet commercieel spelen ze in op de behoefte. De standaardteksten zijn echter op de oude leest geschoeid.

 

Dit verschijnsel roept om bevlogen mensen die de benodigde teksten

 

aanpassen en aan belangstellenden ter beschikking stellen. Hier is niet alleen bevlogenheid nodig maar ook kennis van zaken.

 

Samenvatting

 

Als je dogma's terzijde schuift en kiest voor een andere band met God, dan is dat een beslissing, die je neemt als eenling zonder de ruggensteun van een gemeenschap. Je stelt jezelf voor een opgave.

 

De gelovige buitenkerkelijken vormen geen nieuwe gemeenschap, maar kunnen elkaar wel vinden op samenkomsten van vrijwilligers of op andere plaatsen waar men wel eens stilstaat bij de zin van leven en werken. Het idee omgeven te zijn door geestverwanten bemoedigt je om door te gaan op de ingeslagen weg. Als mijn schriijven daartoe hiidraagt. hen ik tevreden.

 

Voor het bijwerken van de tekst ben ik tot op heden dank verschuldigd aan Colette, Leonora, Klaas, Ginus, Wendy, Martin, Frans, Jan en Henk.

 

Onder voorbehoud van verbeteringen ondertekend door

 

Ed Schreurs

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0